woensdag 22 augustus 2012
Gevangen.. het verhaal van een asielzoeker
Mavuto schreeuwt van ontzetting. Nee! Dit kan niet waar zijn! Plotseling zijn daar de soldaten van het rebellenleger. Ze beginnen in het wilde weg te schieten. Links valt zijn vriend. Dood? Nee, dat mag niet! Plotseling komt er een soldaat op hém af. In een reflex duikt hij weg, maar de soldaat is sneller. Hij ziet nog net dat zijn moeder zo hard op haar hoofd geslagen wordt, dat ze bewegingloos op de grond blijft liggen. Dan heft de soldaat zijn geweer boven zijn hoofd op, klaar om toe te slaan. 'Nee!! Ik wil niet dood!'
Badend in het zweet wordt Mavuto wakker. Hij trilt over zijn hele lichaam. Zoals bijna elke nacht droomt hij dat de soldaten zijn dorp plunderen. Telkens herhaalt de droom zich, en telkens lijkt het net echt.
Het is geen wonder dat deze jonge asielzoeker nachtmerries heeft. Hij heeft ontzettend veel meegemaakt. Mavuto is geboren en opgegroeid in een klein dorpje. Daar woonde hij tot die verschrikkelijke dag dat de soldaten van een rebellengroep zijn dorpje uitmoordden en platbrandden. Het was een wraakactie. Er was al eeuwenlang ruzie in zijn geboorteland. Het rebellenleger ruimde alle tegenstanders uit de weg. Mannen, vrouwen, kinderen, iedereen werd vermoord.
Omdat hij na zo'n droom toch niet meer kan slapen, gaat Mavuto naar buiten, om een luchtje te scheppen. Hij gaat even naar het toilet en maakt een praatje met de bewaker die deze nacht toezicht moet houden, Peter. De man kent hem inmiddels, omdat hij de meeste nachten een praatje komt maken met de dienstdoende bewaker. Wat moet je anders doen als je toch niet kunt slapen? Peter heeft zich al vaker afgevraagd waarom dit jonge asielzoekertje 's nachts altijd op was. Voorzichtig vraagt hij ernaar. Mavuto draait er eerst een beetje om heen, maar besluit dan om, voor het eerst sinds hij in Nederland is, zijn verhaal te vertellen:
"Het was op een warme, zonovergoten namiddag. De mannen waren al teruggekomen van hun werk in de stad. Alleen de herders waren niet in het dorpje, die waren meestal dagen achtereen weg, om voedsel te zoeken voor de kudde. Als uit het niets kwamen ze opduiken: de soldaten van het gevreesde rebellenleger. Zonder pardon begonnen ze op ons in te slaan. Ik zag hoe mijn moeder kreunend in elkaar zakte, nadat een soldaat haar met de kolf van zijn geweer op haar hoofd sloeg. Er vielen meer dorpsgenoten, sommigen na een wanhopig gevecht. Ze hadden geen schijn van kans. Ik wilde ook wel meevechten, mijn dorp verdedigen, maar het enige wat ik had was een oude pan, die ik juist schoon geschuurd had. En ik was nog te jong om echt te kunnen vechten. Wat kon ik beginnen zonder wapens?" Peter knikt begrijpend. Mavuto gaat verder: "Toen ik zag hoe m'n kleine zusje, net vier jaar oud, koelbloedig werd vermoord, besefte ik dat ze ook mij niet zouden ontzien, al was ik nog maar een kind. In een reflex liet ik me op de grond vallen. Ik deed alsof ik dood was, al begrijp ik nog niet dat ze het trillen van mijn lichaam niet zagen. Ik had geluk. De soldaat die me een trap gaf, was er blijkbaar van overtuigd dat ik niet meer leefde. Toch was het gevaar nog niet geweken, want de soldaten staken alles in brand wat maar even branden wilde. Uiterst voorzichtig schoof ik telkens een klein stukje verder van de hutjes weg. Toch was het vuur sneller, de hitte werd bijna ondragelijk. De hete lucht schroeide mijn keel. Toen ik het echt niet langer uit kon houden, rende ik zo hard mogelijk weg. Het was een wonder dat de soldaten me niet opmerkten. Ik verstopte me zo goed mogelijk achter wat struikjes. Pas toen ik zeker wist dat alle soldaten weg waren, durfde ik terug te komen. Het dorp smeulde nog na, overal lagen lijken. Het was wel duidelijk dat de soldaten alles wat nog enigszins waardevol was, hadden meegenomen. Ik zocht naar overlevenden, maar vond niemand. Iedereen was dood. Ik werd helemaal misselijk toen ik die lijken zag liggen. Ik herkende mijn familie, vrienden en andere dorpsgenoten. Het was vreselijk. Heel vaak zie ik die dode lichamen weer voor me." Weer stopt Mavuto even, dan vervolgt hij met verstikte stem: "Ik kon niets meer voor mijn dorpsgenoten doen, hier kwam alle hulp te laat. Alles was ik kwijt, m'n ouders, m'n zusje, ons hutje, onze moeizaam bij elkaar gespaarde spulletjes, waar vader zo hard voor had gewerkt, en waar moeder zo trots op was.alles hadden de rebellen verwoest of meegenomen. Het enige bruikbare voorwerp dat ik nog vond was een redelijk goede kruik, die even buiten het dorpje achtergelaten was. Die heb ik bij de bron gevuld met water, toen ben ik vertrokken. Ik wilde proberen mijn broer Chitanno te vinden, die met twee andere herders op pad was, om eten te zoeken voor de beesten. Als dat lukte, had ik nog een kans. Anders zou ik vrijwel zeker omkomen. Door honger, uitputting, of doordat de soldaten me zouden vinden. Vooral voor die soldaten was ik doodsbang, nadat ik gezien had waartoe ze in staat waren. Ze zouden geen genade kennen. Na bijna twee dagen zoeken heb ik mijn broer gevonden, en de herders alles verteld. Ze waren verpletterd door het verschrikkelijke bericht. Eerst wilden ze me niet geloven, maar toen we voorzichtig richting het dorp getrokken waren, zagen ze het zelf ook. We waren alles kwijt, we hadden niets meer. En we waren bang. Bang voor de soldaten. Bang dat ook wíj vermoord zouden worden. We besloten te vluchten. Maar waarheen? Eerst zijn we naar het dichtstbijzijnde stadje vertrokken. Daar hebben we de kudde verkocht, en van het geld de hoognodige spullen gekocht, zoals eten en waterkruikjes. Daarna ging het naar de hoofdstad. En toen nog verder, steeds maar verder. Uiteindelijk zijn we via allerlei illegale wegen en transporten aan de noordkust van Afrika terechtgekomen. We moesten ons laatste geld afstaan voor de overtocht naar Nederland. Volgens de man die ons heeft meegenomen, moest daar alles geweldig zijn. Daar was iedereen vrij, daar vochten mensen niet met elkaar, daar woonden alleen steenrijke mensen. Het moest prachtig zijn om daar te wonen." Er klinkt teleurstelling en boosheid in zijn stem, als hij vervolgt: "Nou, zo gemakkelijk ging dat niet. We werden door de politie opgepakt zodra het schip de haven binnenliep, en uiteindelijk zijn we dus in een asielzoekerscentrum terechtgekomen. Het is waar, de mensen hier zijn inderdaad steenrijk, maar ze hadden ons niet verteld dat Nederlanders er helemaal niet op staan te wachten om asielzoekers op te nemen! We wisten niet wat ons overkomen zou toen we naar Nederland vertrokken. We verlangden maar één ding; dat was veiligheid." Als Mavuto uitgesproken is, blijft het een poosje stil. Plotseling loopt de jongen weg van de bewaker. Doordat hij eindelijk alles verteld heeft, komen alle herinneringen weer pijnlijk helder boven. Hij heeft er sterke behoefte aan om even alleen te zijn. Peter blijft in gedachten verzonken zitten. Het verhaal van deze eenvoudige jongen heeft hem diep geraakt.
In gedachten verzonken staat Mavuto tegen het gaas geleund. Boven zich ziet hij de sterren en hij waant zich weer terug in zijn vaderland. Daar waren nog meer sterren. Hij denkt terug aan zijn jeugd. Hij woonde in een klein dorpje, waar alles zo z'n rustige gangetje ging. De vaders werkten in de fabriek in de stad, de moeders zorgden voor het huishouden. Ook werkten ze op hun kleine akkertjes buiten het dorp, om wat groente te verbouwen. En dan waren er nog de herders, die op de koeien pasten. Dat waren meestal jongens van een jaar of zestien. Net als zijn broer, Chitanno. Hijzelf was nog maar tien jaar oud, maar hij voelde zich al heel wat, als hij met de oudere jongens van het dorp mee mocht, als ze met de koeien op stap gingen. Hoe vaak had hij er niet van gedroomd zelf een grote kudde te hebben. En hij zou er natuurlijk wel voor zorgen dat zijn beesten goed te eten kregen. Dan werden ze mooi dik, en waren ze veel geld waard. Dan zou hij ze verkopen op de markt, en het geld zou hij aan moeder geven. Dan kon ze daar allerlei mooie spulletjes voor kopen. Wat zou ze blij zijn, en trots op haar grote zoon!
Maar ach, zover is het nooit gekomen. Wat kan hij soms verlangen naar het leven in zijn dorp. Maar het dorp bestaat niet meer. Alles is verwoest, platgebrand. Als hij daaraan denkt, springen de tranen opnieuw in zijn ogen. Na die verschrikkelijke dag was een lange periode aangebroken van vluchten, opgejaagd worden, aldoor in angst zitten. En nu, eindelijk, is hij veilig. Hij zit in een asielzoekerscentrum, zoals de Nederlanders dat noemen. Het doet hem denken aan een gevangenenkamp. Een groot terrein met kleine huisjes, waar allerlei soorten mensen wonen. Enkele grotere gebouwen, zoals de kantine en het toiletgebouw. En om dit alles een groot, hoog gaashek. Hij woont hier nu al weer een jaar, en het ziet er niet naar uit dat er snel verandering in zal komen. Vaak, als hij 's nachts weer zo naar gedroomd heeft en niet meer kan slapen, gaat hij naar buiten en loopt tot aan het hek. Verder mag hij niet. Hij is hier veilig, maar niet vrij.
Nieuw rapport over humane opvang asielzoekers
Asielzoekers moeten duidelijkere informatie krijgen over de mogelijkheden die er zijn om contacten te leggen, (onbetaald) te werken en te leren in en rond de asielzoekerscentra. Dit is essentieel om motivatie en veerkacht in stand te houden. Bewoners willen niet stilzitten tijdens hun asielprocedure. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam naar hoe asielzoekers de opvang ervaren in Nederlandse asielzoekerscentra.
In opdracht van Project De Werkelijkheid, waarin het UAF participeert, onderzochten bijzonder hoogleraar Halleh Ghorashi en onderzoeker Floor ten Holder hoe asielzoekers tijdens hun asielprocedure actief blijven en hoe ze hun talenten en ambities levend houden. Zij overhandigden 12 april het onderzoeksrapport Kleine stappen van grote betekenis: een nieuw perspectief op humane opvang van asielzoekers aan onder andere wethouder Andrée van Es en de directie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
Geef mensen de regie terug
Uit het onderzoek blijkt dat bewoners van asielzoekerscentra van betekenis willen zijn tijdens hun wachttijd. Floor ten Holder: “Daarvoor is het nodig om mensen de regie over hun dagelijkse leven terug te geven.” Het onderzoek biedt inzicht in en een nieuw perspectief op wat humane opvang zou kunnen zijn vanuit het oogpunt van de mensen over wie het gaat. Het laat zien wat nodig is om ervoor te zorgen dat mensen hun veerkracht en eigen initiatief weten te behouden. Het gaat vooral om een verandering in denken van onmogelijkheden en restrictie naar denken in mogelijkheden en ´winst voor iedereen´.
Verhalen van asielzoekers
In het onderzoek staan verhalen van asielzoekers centraal: “Het is als leven in een gevangenis hier. Ik denk niet dat ik vrij ben hier. Ik ben niet zoals normale mensen die kunnen doen wat ze willen. Zonder status, zonder burgerschap: iemand is niemand in een land.” Maar ook: “Dit voelt echt als een nieuwe kans voor mij: ik heb een nieuwe toekomst. Ik kijk vooruit. Ook hier zijn er natuurlijk moeilijkheden, dat heeft elke plek. Maar je moet weten hoe je naar deze problemen kijkt, hoe je een nieuwe kans voor jezelf creëert.”
Lees hier het onderzoeksrapport
Lees Leers: 'Asielzoekers moeten aan de slag met onveilige gevoelens' (Volkskrant, 16/4)
Bezoek de website van De Werkelijkheid
donderdag 26 april 2012
werksfeer overheidsdienst verziekt: amper uitzettingen
door Marije Willems
BINNENLAND
Bij een afdeling van de Dienst Terugkeer en Vertrek is de werksfeer verziekt. Op de werkvloer zou sprake zijn van intimidaties en bedreigingen en de werkwijze van de afdeling is dusdanig, dat er nauwelijks nog mensen worden uitgezet. Dat meldt het televisieprogramma Nieuwsuur vanavond op basis van een document van de medewerkers van de afdeling.
De Dienst Terugkeer en Vertrek regisseert het daadwerkelijke vertrek van vreemdelingen die geen recht hebben op verblijf in Nederland. De problemen zouden spelen op de afdeling Laissez Passer. Die afdeling probeert een reisdocument te verkrijgen voor mensen die niet meer in Nederland mogen blijven en geen papieren hebben. Het reisdocument is nodig om het vertrek van ongedocumenteerde vreemdelingen te realiseren.
‘Leiding van de afdeling vindt relatie met ambassade niet belangrijk’
De medewerkers zouden in het document echter stellen dat de leiding van de afdeling de relatie met een ambassade niet belangrijk vindt, schrijft persbureau Novum. Medewerkers zouden onder meer naar ambassades worden gestuurd, terwijl ze de taal van die ambassade niet machtig zijn.
Ook moeten werknemers geregeld van ambassades die ze bezoeken veranderen, waardoor het lastig is een goede band op te bouwen. Door de slechte contacten zouden minder uitreisdocumenten worden afgegeven.
‘Vluchtelingen en ambassades werken niet mee met documentaanvraag’
Vreemdelingen worden volgens Nieuwsuur tientallen keren per jaar naar ambassades van landen waar ze vandaan zouden komen gebracht. Daar zouden ze een laissez passer moeten krijgen. Jaarlijks zouden ruim zesduizend van die documenten worden aangevraagd. Ambassades geven daar echter nog geen tien procent van af. Dat zou ook komen doordat vluchtelingen en ambassades niet meewerken. En zonder deze documenten kunnen de vluchtelingen niet terug.
Minder vreemdelingen uitgezet vorig jaar
In de tweede helft van 2011 is het aantal vreemdelingen dat is vertrokken uit Nederlandopnieuw afgenomen, weet Nieuwsuur.
Uit NRC 18 April 2012
Een gesprek op een Vrijdag in April
Een gesprek op een vrijdag in April.
We hebben een gesprek met een van onze bewoners. Bij dat gesprek is de mentor aanwezig en ben ik als voorzitter aanwezig.
Het is de bedoeling om meer zicht te krijgen op de stand van zaken met betrekking tot de procedures. We willen regelmatig met al onze bewoners dit soort gesprekken voeren, omdat we vinden dat er voortgang moet zitten in de nog lopende procedures. Opvang door Op ’t Stee moet tijdelijk zijn en dus moet er perspectief zijn.
Onze bewoner is geboren in Sierra Leone. Maar toen hij 1 jaar oud was is hij met vader en moeder gevlucht naar Guinee.
Toen hij 11 jaar oud was werd zijn leven nog meer op de kop gezet. Bij een inval van rebellen worden veel bewoners in de wijk waar hij woonde vermoord. Zo ook zijn vader en moeder. Hijzelf en een broertje en zusje waren op het moment van de moordpartij niet in huis en overleefden.
Met hulp van anderen worden hij en z’n broer op het vliegtuig gezet naar Nederland. Z’n zusje blijft in Guinee.
Onze bewoner wordt AMA en valt onder de voogdij van Nidos. Hij woont in een aantal opvanghuizen in Emmen. Later wordt hij kamerbewoner. Hij gaat naar het Hondsrugcollege.
Ondertussen zijn advocaten en rechter in de weer met een asielaanvraag. Hij mag blijven tot z’n 18de en moet dan het land weer uit.
Maar nadat hij 18 is geworden blijkt dat noch Sierra Leone , noch Guinee hem een Laissez Passer willen bezorgen om het land weer in te kunnen reizen.
De ambassades worden bezocht maar zonder resultaat.
Omdat hij 18 is geworden heeft hij geen recht meer op opvang en dus verdwijnt hij op straat. Hij verblijft bij vrienden en kennissen. Tot hij wordt opgepakt door de vreemdelingen politie die in een huis op zoek zijn naar iemand anders.
Hij wordt in detentie genomen en naar Zeist overgebracht. Daar verblijft hij 8 maanden. Tijdens zijn detentie probeert de Dienst Terugkeer en Vertrek om geldige identiteitspapieren te verkrijgen bij de betreffende ambassades. Maar ook de DTV heeft geen enkel succes. Het IOM wordt ingeroepen. (Internationale Organisatie voor Migratie). Maar ook zij kunnen niets doen.
Na 8 maanden opgesloten te zijn geweest belandt onze bewoner weer op straat met de mededeling dat hij nu zelf maar moet zorgen voor geldige documenten om naar zijn eigen land terug te kunnen keren. Hij heeft geen recht meer op opvang. Onze bewoner stelt zich nog in verbinding met het Rode Kruis om te proberen zijn zus in Guinee op te sporen. Maar het Rode Kruis slaagt er niet in een spoor te vinden.
En zo zwierf onze bewoner weer van de ene naar de andere plek. Totdat hij bij Op ’t Stee aanklopte.
Hij woont nu bij ons. We hebben Inlia ingeschakeld. Inmiddels is er weer een advocaat ingeschakeld om te proberen een Buitenschuld Verklaring te verkrijgen. We zullen er boven op zitten. Maar welk perspectief is er nog?
Vanmorgen was ik even in het huis waar hij woont. “ De regering is gevallen he” was het eerste wat ie zei. “Komt er nu een pardon voor ex ama’s?” was zijn volgende zin.
Ik vind het schrijnend om te zien hoe een leven van een gezonde jonge vent naar de vernieling gaat. Hij wil met alles meewerken maar kan geen kant op.
Daarnet hoor ik dat Charles Taylor veroordeeld is voor oorlogsmisdaden. Ik hoor details en kan me een beetje een beeld vormen van wat onze bewoner heeft meegemaakt.
Bedankt....
Bedankt!
Stichting Op ’t Stee brengt de asielzoekers onder in vier panden.
Woningbouwvereniging Lefier stelt al diverse jaren twee woonhuizen gratis ter beschikking.
Daarnaast beschikt de Stichting gratis over de boerderij van de gemeente Emmen. En we huurder een woning van Lefier.
Onlangs heeft Domesta besloten aan de Stichting ook een woonhuis gratis ter beschikking te stellen.
De Stichting is hier vanzelfsprekend erg blij mee. Om onze kosten te drukken hebben wij het huurhuis afgestoten.
Zowel Lefier, de gemeente Emmen als Domesta verdienen daarvoor onze hartelijke dank.
Het inrichten van het woonhuis van Domesta kost veel geld. Het bestuur van de Stichting werd verrast met het feit dat:
* de firma Sanders Schilders uit Emmen bereid was om gratis in het hele huis vloerbedekking
te leggen en muurverf ter beschikking te stellen;
* de firma Giezen uit Emmen gratis het hele pand van vitrages en overgordijnen heeft
voorzien.
Het is hartverwarmend om te constateren dat er in deze tijd nog zoveel mensen en bedrijven bereid zijn een maatschappelijke steentje bij te dragen aan de noden van anderen.
Nogmaals onze dank namens het hele bestuur.
Geld heelaas noodzaak voor voortbestaan.
Financiën
Stichting op ’t Stee is wat de inkomstenkant betreft financieel geheel afhankelijk van giften van kerken, gemeente Emmen, bedrijven en particulieren. Al meer dan 20 jaar draait de Stichting op deze basis. Wellicht dat hieraan heeft bijgedragen dat giften aan de Stichting aftrekbaar zijn van de belasting. De Stichting is immers aangemerkt als een Algemeen nut beogende Stichting.
In het jaarrapport van het jaar 2011 merkt de accountant overigens echter terecht op dat dit een onzekere basis is.
Het bestuur van de Stichting verwacht dit jaar wel door te komen. Toch zal ook iets gedaan moeten worden aan het leggen van een basis waarop de Stichting ook op wat langere termijn kan bouwen aan zijn voortbestaan. Nu wordt er van jaar tot jaar en soms zelfs (zoals eind vorig jaar) van maand tot maand gekeken of aan de betalingsverplichtingen voldaan kan worden.
In deze economisch mindere tijd wordt gezocht naar een systeem van sponsoring door bedrijven of kerken of instellingen. In dit kader wordt ook nagedacht over het opzetten van een “De vrienden van”.
Het is allemaal nog niet uitgewerkt. Misschien is het wel zo dat iemand die dit bericht leest een groot of klein idee heeft. Neem dan eens contact op met de penningmeester.
Hans van Os,
Laan v.h. Kwekebos 55
7823 KB Emmen
een avondje vergaderen......
Een avondje vergaderen
Wanneer je in een bestuur van welke vereniging of stichting dan ook zit, dan moet er zo af en toe eens vergaderd worden. Stichting op ’t Stee heeft vergaderingen met alle bestuursleden en vergaderingen van uitsluitend het dagelijks bestuur. Op maandag 23 april was er een vergadering van het dagelijks bestuur. Ik vertrok om 19.15 uur van huis.
De bedoeling was dat wij die avond een aantal zakelijke punten af zouden handelen. Een korte vergadering dus. Voorafgaand aan de vergadering zouden een paar mensen langskomen die onderdak zochten bij de Stichting.
De huizen die wij beheren zitten overvol. Er is maar plaats voor 20 mensen en er worden al 24 mensen opgevangen en een enkele nacht ook meer. Veel te veel: dat geeft problemen. We hebben op dit moment een wachtlijst waar een aantal personen op staan. Zelfs als wij plek zouden hebben, dan kunnen wij het financieel niet aan. De begroting gaat uit van 15 mensen gemiddeld op jaarbasis!
De voorzitter liet voorafgaand aan de vergadering weten dat hij de hele week al vele malen gebeld was door asielzoekers. Zij wilden graag opvang bij ons: een Somalische vrouw uit Ter Apel die haar dossier (uit boosheid?) weggegooid zou hebben, twee mannen uit Armenië die ook nergens een slaapplaats hadden en ga maar door.
Een andere bestuurder was bezig geweest met het verhuizen van twee andere asielzoekers van Borger naar Emmen.
Terwijl daarover gesproken werd kwam een asielzoekster uit Somalië binnen met een vriendin en een tolk. Zij is tijdelijk door de Stichting opgevangen. Zij had eigenlijk helemaal geen kansen meer op een verblijf in Nederland. De enige mogelijkheid is dan nog meewerken aan terugkeer. Geen fijne boodschap, maar ook die moet (helaas) wel eens gebracht worden. Somalië is een land waar je op dit moment moeilijk naar terug kunt gaan. Binnenkort heeft zij nog een laatste gesprek. Het bestuur dringt er bij haar op aan dat zij zich echt actief moet opstellen. Het bestuur zal de zaak ook bespreken met de Dienst Terugkeer en Vertrek.
De volgende staat alweer te trappelen: het is een jongeman uit Afghanistan. Gelukkig heeft ook hij een tolk bij zich. Hij heeft van de Stichting twee weken onderdak gekregen totdat wat meer duidelijkheid was over zijn dossier. Helaas voor hem moet ook hij weer weg. Hij valt niet onder onze doelgroep: hij komt niet uit Emmen. Met diverse argumenten probeert hij zijn onderdak met een aantal weken te rekken. Helaas voor hem: uiterlijk zondag moet hij weg zijn.
Dan een telefoontje van een Somalische vrouw die enige tijd geleden in Oude Pekela is uitgezet en heel tijdelijk in het AZC te Emmen is ondergebracht wegens ziekte. Nu is zij weer beter en moet weer de straat op. Of wij onderdak hebben. Helaas geldt ook voor haar dat er geen plaats is.
Waar komen al die mensen toch vandaan. Wat is er aan de hand in ons land? Dit soort berichten moeten wij als Stichting toch naar de politiek (ook in Emmen) kunnen overbrengen.
Eindelijk kan de rest van de vergadering beginnen; het is dan al 22.00 uur.
Snel de punten doorgenomen en wat afspraken gemaakt. Ook alle mailberichten doorgelopen.
Een ieder weet nu weer wat hij of zij moet doen. Einde vergadering.
Om 23.15 uur was ik weer thuis. Morgen de notulen maar maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)


